Sterker in rekenen: ondersteuning bij rekenangst, achterstand en dyscalculie
Rekenen is overal. Van huiswerk tot cupcakes bakken: elke dag komen kinderen in aanraking met cijfers. Voor de meeste kinderen is dit vanzelfsprekend. Voor anderen kan rekenen echter spanning, twijfel of zelfs frustratie oproepen. Klamme handen, een snelle hartslag of gedachten als 'Ik kan dit niet!' of 'Straks ziet iedereen dat ik het niet kan!' zijn signalen dat het rekenen zwaar valt. Soms weigert een kind het huiswerk te maken, soms worden emoties zoals boosheid of verdriet zichtbaar.
De oorzaken hiervan kunnen verschillen. Rekenangst ontstaat wanneer een kind wél de kennis heeft, maar de spanning het denken blokkeert. Het werkgeheugen raakt vol stress en kennis die aanwezig is, kan tijdelijk niet worden opgeroepen. Het gaat hier dus niet om een gebrek aan vaardigheid, maar om een emotionele blokkade die leren belemmert
.
Soms ligt de uitdaging juist in de vaardigheid zelf. Een achterstand in rekenen betekent dat een kind bepaalde leerstof nog niet voldoende beheerst. Dit kan komen door gemiste instructie, ziekte of een onvoldoende gelegd fundament. Achterstand is vaak goed te herstellen met gerichte uitleg, herhaling en extra oefening, zodat het fundament langzaam kan worden opgebouwd en automatiseren alsnog lukt. Daarnaast oefenen we ook met Cito redactiesommen en verhaaltjessommen, zodat het kind leert strategieën te gebruiken voor complexe rekensituaties en met meer vertrouwen aan toetsen begint.
Bij een kleinere groep kinderen is er sprake van dyscalculie. Waarbij het verder gaat dan "niet goed zijn in wiskunde of rekenen'. Het heeft ook invloed heeft op het vermogen van kinderen om met getallen en rekenkundige concepten om te gaan. Kinderen met deze vorm van rekenuitdaging ervaren vaak hardnekkige moeilijkheden in de basis van het rekenen. Denk aan tellen, het herkennen en ordenen van getallen of het uitvoeren van eenvoudige bewerkingen zoals optellen en aftrekken. Wat voor andere kinderen vanzelf lijkt te gaan, vraagt bij hen veel meer inspanning en herhaling.
Neurologisch onderzoek wijst erop dat kinderen met dyscalculie getallen en hoeveelheden op een andere manier verwerken in het brein. Dit staat los van intelligentie. Het betekent dat zij niet minder kunnen leren, maar dat zij baat hebben bij een andere aanpak. Een aanpak die rekening houdt met kwetsbare gebieden én bewust inzet op hun sterke kanten en talenten.
Dyscalculie heeft invloed op het dagelijks leven. Denk aan het tellen van geld of het inschatten van tijd. Dit kan voor veel onzekerheid zorgen bij zowel het kind als de ouders. Vroege herkenning en ondersteuning kunnen een wereld van verschil maken.
De oorzaken van dyscalculie zijn binnen de wetenschap niet eenduidig. Genetische, neurologische, cognitieve en omgevingsfactoren spelen allemaal een rol, waardoor het moeilijk is om één enkele oorzaak aan te wijzen. Onderzoek naar deze leerstoornis is nog in volle gang
Ook zijn er verschillende definities van dyscalculie die door diverse organisaties worden gehanteerd. De DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), de ICD-11 (International Classification of Diseases), de Dyscalculia Network, en diverse nationale en internationale onderwijsinstellingen beschrijven dyscalculie als een specifieke leerstoornis die invloed heeft op het begrijpen van nummers en het uitvoeren van rekenkundige taken.
Neurologisch onderzoek heeft veranderingen in hersenactiviteit aangetoond bij mensen met dyscalculie, wat suggereert dat er specifieke verschillen zijn in hoe hun hersenen rekenen en cijfers verwerken.
Het wordt gezien als een specifieke manier van informatieverwerking die verschilt van de gebruikelijke manieren waarop de hersenen getallen en rekenkundige concepten verwerken. Dit unieke proces staat volledig los van iemands algemene intelligentie, wat betekent dat iemand met dyscalculie net zo intelligent kan zijn als iemand zonder deze stoornis.
Op grond van nieuwe kennis en voortschrijdend inzicht werk ik binnen mijn praktijk vanuit de gedachte dat dyscalculie geen stoornis is, maar een vorm van neurodiversiteit.
Rekenen hoeft geen strijd te zijn!
Samen kijken we naar wat jullie kind nodig heeft om met meer vertrouwen en plezier te rekenen.
BRONNEN:
Braams, T. (2000). Dyscalculie: een verzamelnaam voor uiteenlopende rekenstoornissen. Tijdschrift voor Remedial Teaching, 4, 6-11.
Kroesbergen, E. H. (2018). Rekenen buiten de lijntjes.
Ruijssenaars, A. J. J. M., Van Luit, J. E. H., Van Lieshout, E. C. D. M., & Kroesbergen, E. H. (2021). Handboek dyscalculie en rekenproblemen: Een dynamisch ontwikkelingsperspectief. Lemniscaat.



